• Anje

Zacht

Bijgewerkt op: sep 18

Er zijn zo van die gesprekken die me helemaal zacht maken. Ze kabbelen, meanderen, voeden en troosten. Al die dingen door elkaar. Ze gaan van nu naar vroeger en later. De tijd is onbestaand. Alles gebeurt door elkaar in het nu. Het licht kleurt de avond. De avond valt over de stad. De stad waarin wij elkaar ontmoetten. Het zou het begin kunnen zijn van een roman maar dat is het niet. Een boek waarin mensen elkaar tegen het lijf lopen en waar zachte gesprekken mogelijk zijn omdat het licht goed zit en de synaps magie mogelijk maakt. En dichtheid. Verdichting. Of zou het verzachting zijn?


Gewoon schrijven wat er komt is dit. Twintig minuten onafgebroken schrijven en laten komen wat er is. Associatief en onbedacht. De roman die in me zit komt er in golven uit. Er zijn scènes maar ik zie het verhaal nog niet. Misschien wordt dat wel geboren door de fragmenten heen. Mensen met karakters die mooie zinnen zeggen. Zinnen die echt voelen ook al kan echt op gelijk welk moment omslaan in onecht. En ondanks alle tegenwerpingen moedig blijven geloven dat iedereen zo echt is als hij zijn kan. Oprecht echt in alle echtigheid. Tenzij de spiegel blinkt.


Ik laat me de nieuwe maatregelen voorlezen en hoor woorden als sokkel en diversiteit. Ik denk er het mijne van. Het narratief voelt al lang niet meer als authentiek, het lijkt een soort van pseudo-realiteit waarin ik niet thuis kom. Thuis voelt de frisse buitenlucht van september die om mijn oren wappert terwijl ik op mijn snelst via het jaagpad fiets. Het jaagpad langs de spoorlijn dat mijn dorp verbindt met de stad. De stad met 2 abdijen, de stad met 1 kruidtuin, de stad bij De Dijle. De stad die lacht en zucht, als een lamlendig labyrinth.


Jongeren wroeten er hun weg doorheen. De éne vindt, de andere niet. Soms voelt de dreiging radeloos. Het einde smeekt de redding weg. Het licht wordt niet gezien. Of toch, een sprankel en wat magie misschien. De spreker bespeelt zijn publiek met durf en humor en verhalen die harten strelen. De hoop daarin, daar gaat het om, de woorden die verzachten. De troost van zinnen, die verzinnen wat er morgen komen kan. Ook voor de wroeters onder ons.


De tuin in, snoeien, bloeien. Of in de berm wat afval rapen. Gewoon omdat het leven roept en mijn natuur het groen op zoekt. De wereld latend voor wat hij is. De mondmaskers negerend. De polemiek van wel of niet. Polarisering die absurd voelt. Gevaccineerd of niet? Is dat de kern van politiek of zijn er toch ergens ook nog humanitaire prioriteiten? De pseudo-realiteit dringt binnen, de krant die draai ik om. Ik knip er letters uit. Die plak ik op een blad. Dat liefde stromen mag, zijn eigen vorm mag vinden. De stemmen zwijgen omdat ze horen wat het hart al kloppend bonkt. De huidhonger, een fantasie, wat woorden op een rij. Wanneer de werelden vermengen en er het zoeken blijft. Zou het echt waar zijn wat hij zei, die oude man daar toen?


De mens is burger van 2 werelden en 's nachts is alles licht.


Hopen tegen beter weten in. Fantasiewerelden beginnen verweven te raken met de echte wereld. Rood kloppen de lyrics in mijn hoofd. I remember it well. En toch ook niet. Want tijd is betekenisloos wanneer herinneringen zich verweven met de diepe grondtoon van een cello die zijn weg zoekt naar een morgen dat slingert door de takken van de bomen.

Ets: 'Fantasie' - gedrukt in 2007 1/1 - 5 platen, 7 lagen: krantenknipsels, lino en 5 platen van zink.


-


Zit je vast in een lamlendig labyrinth? Ik zoek graag naar de uitweg. Samen met jou. Ontrafelwerk. Voor al je moeilijke vragen.