• Anje

Binnen

Bijgewerkt op: okt 4

Traveling solo and by train. Ik moet nog maar de trein opstappen en mijn hoofd denkt in een andere taal. Een mengeling van Engels, Frans, Nederlands en Noors.


Deze ochtend zei ze me nog, terwijl ik haar naar het station fietste. ‘Helemaal alleen mama, zielig’. En ik zei: ‘Nee, schatti, niet zielig maar zalig’.

Maar wie weet heeft ze toch een punt. Als je alleen reist, ontstaat er een soort van ‘vrij worden’ die ik zelden ervaar als ik met iemand reis. Het alleen onderweg zijn, de stilte, het niet spreken, het kijken, het luisteren, het voelen, het invoelen, het brengt me heel dicht bij mezelf. Bij mijn kern. Mijn ziel. Alleen reizen is dus misschien wel een ziel-ige kwestie. En zalig is het in elk geval ook.

Vandaag reis ik van Vertrijk naar Göteborg. Daar blijf ik even hangen. En dan verder door naar Oslo. Ik bezoek er een vriendin. We zien elkaar zeker 1 keer per jaar en de laatste twee jaar stak Corona daar een stokje voor. Maar nu steken we terug. De afstand wordt overbrugd. Met mondmasker.

Vertrijk - Tienen - Luik - Frankfurt - Hamburg - en we zien wel wat volgt.

Elke trein ademt een ander karakter uit, herbergt andere mensen, mensen onderweg.

Naast me zit een vrouw met mondmasker en haar in dezelfde kleur als de mijne. Ze heeft een rode balpen vast en schrapt veel. En ze zet streepjes in de kantlijn. De zon schijnt binnen en werpt schaduwen die al behoorlijk lang zijn. Het licht begint naar avond te proeven.

Ik reis met rugzak, tablet, 3 leesboeken, 5 schetsboekjes, 7 zwarte pennetjes, 3 grijze stiftjes, Chinese inkt, een penseel, 6 aquarel-blokjes (zwart, bruin, oker, oranje, geel en groen, daar moet ik het mee doen), mijn telefoon, en 2 grijze potloden. Er is over nagedacht. In de vlugte. Ergens tussen het doormailen van de grijze boekhoudkundige data voor de kwartaalaangifte en het smeren van mijn krakende pistolets. Travel light. Daar hou ik van. Al denk ik dat elke keer dat het nog lichter moet. Of zou moeten. Van een stem in mezelf die houdt van minimalistisch en strijdt met een stem die gretig alles wil, alles tegelijk. Die twee stemmen zijn vaak in mij in strijd. Ze vechten voor een plekje vooraan in de bus. Geen van beide geeft af en daarom zetten ze zich vaak ergens in het midden van de bus, gezellig naast mekaar. Schouder aan schouder, als twee vrienden die tegen mekaar mogen leunen want hun lichamen vinden elkaar elke keer weer en zakken zacht en passend in mekaar. En het resulteert altijd weer in een rugzak die te zwaar is en ik die tegen mezelf grom.

Wie me al langer volgt op Instagram (@bioartprint) weet dat ik de vorm van de cirkel onderzoek. De cirkel staat voor mij symbool voor het zoeken van essentie in het veld van mogelijkheden. Waar draait het om? Wat drijft boven? Wat is de kern? Omzwervingen, weg van de kern, om dichterbij het midden te komen. Reveal essence. Soms helpt het om er een andere taal bij te halen.


Ik ‘doe’ dus cirkels. Cirkels doen houdt in dat ik haast elke dag een cirkel op papier zet. Cirkels in vele uitvoeringen. Een cirkel op papier, het ongecensureerd typen van woorden die in mijn hoofd voorbijwaaien, het wandelen van een lus, het sporen van een route. De reis die ik nu doe, is zo’n route. Een route als een lus. Van thuis helemaal naar het noorden, en terug. Op elke tussenstop registreer ik de sfeer. Ik maak een foto, neem de geluiden op, snuif de lucht binnen en voel wat er te voelen valt.

Vertrijk is thuisgevoel, denken aan de kinderen, aan wat er de laatste 12 uur passeerde: snottebellen en toch naar school, de weg niet vinden in de metro en afhaken, een onbehandelbare vorm van lymfeklierkanker die slecht aan het aflopen is, anders reageren op de dingen en dat niet persoonlijk nemen.


Tienen is horen dat iemand zich afvraagt of er nog mondmaskers moeten op de trein nu het 1 oktober is, een tof café terugzien waar ik ooit een lezing gaf en waar nu op de deur een affiche hangt met het opschrift ‘we hebben je gemist, welkom in ons kot’, de zon zien, content zijn, beginnen te voelen dat het echt is, ik ben onderweg, wat foto’s maken, een geluidsfragment van een aankomende trein.


Luik is altijd weer opnieuw verliefd worden op een station dat vakantie uitademt, de taalverandering registreren, een handvol berichtjes sturen, rondkijken en de trein opspringen.



Frankfurt is herkenning, hier ben ik weer, op doortocht, altijd op doortocht hier, thuiskomen in een stad waar ik alleen maar het station ken. Smeedijzer en glas. Een soort van nostalgie die er in Luik niet hangt en in Leuven al helemaal niet. Frankfurt is chaos, ik vind mijn trein niet, ik zoek, ik loop van het ene perron naar het andere, bevraag een Duitse conducteur die geen Engels spreekt en me wegduwt naar de infobalie waar ik niet naar toe ga. Ik zie dat mijn trein vertraging heeft, 50 minuten dus plots wordt Frankfurt niet weten welk snackje aan welk eettentje, het wordt een Indische curry. Ik zet me neer, zie mensen van alle kleuren, een oude vrouw met een winkelkar vol spullen, een man met een oranje gewaad die Indische mantra’s zingt. In Leuven ondenkbaar, in Duitsland kijkt niemand ervan op. Duitsland is -voor mij- een soort van smeltkroes van geuren, smaken en overtuigingen. Ontroering.


De vrouw naast me is gestopt met schrappen. Het werk is rond.


Hamburg is het station dat volgt. Daarna komt Denemarken. Ik kijk nu al uit naar de taalswitch die eraan zit te komen. Dan zal de zon gezakt zijn en zak ik in mijn boek of in slaap of wat het zijn zal, maakt niet uit, van het éne station naar het andere, als parels aan een snoer. Elke parel een andere vorm en kleur, een andere energie, maar wel samen, ze vormen een geheel. Het geheel van mijn lus. De cirkel van mijn reis. Weg van huis maar helemaal thuis. Thuis in mezelf. De stilte omarmend en iedereen die ik graag zie met me meenemend in gedachten, whatsappend, veronderstellend, me afvragend. Alles door elkaar.


Zalig.

-


Denk je graag samen met mij na waar het voor jou om draait? Laat maar weten.

Ontrafelwerk. Voor al je moeilijke vragen.